Wanneer ben je echt vrij?

Ik ben een strevend mens, ik wil beter worden in mijn werk en in alles wat ik doe. Ik wil meer spullen kopen en kennis vergaren. Ik wil gezonder, leuker, mooier, slimmer zijn. Het streven houdt nooit op, er is altijd een nieuw doel, een nieuw streven. Dat is toch goed zou je kunnen denken, daar word je toch alleen maar beter van? Misschien, maar ik word er ook moe van en onzeker door, want het is nooit goed genoeg en er zijn altijd anderen die het beter doen en meer hebben.

De drang naar meer en beter is verworden tot (of een gevolg van) het neoliberale gedachtegoed: we hebben allemaal -en ieder voor zich- de vrijheid en de verantwoordelijkheid om de beste versie van onszelf te worden. 

In een wereld waarin streven en winnen als het allerbelangrijkste wordt gezien, zijn er logischerwijs ook verliezers. Armoede, ongelijkheid en uitsluiting, polarisatie en oorlog, maar ook het klimaat en het milieu delven het onderspit. En het groeiende aantal mensen dat worstelt met burn-out klachten en mentale problemen afschuiven op individuele zwakheid is al te gemakkelijk.

Streven is een continu gericht zijn op willen worden en verder zoeken en dan blijft er altijd één plek over waar je niet bent en waar je niet naar kijkt: het hier en nu. Of in de woorden van de filosoof Heidegger: Wie continu alleen het nieuwe wil zien, kijkt niet meer. 

Ik ben een levend wezen vol idealen en tegelijkertijd gaat er geen dag voorbij dat ik verzuim ernaar te leven: ik ga voor gemak in plaats van gezond, ik ga voor kortaf in plaats van aardig, ik ga voor snel in plaats van aandacht, ik ga voor streven in plaats van leven en als ik zo om me heen kijk, ben ik daarin niet de enige. 

Het lijkt alsof we verleerd zijn om te kunnen gaan met de ongemakken die het leven nu eenmaal met zich meebrengt. We streven naar een rimpelloos bestaan (letterlijk en figuurlijk) en worden hierin gesteund én actief gestimuleerd door de markt en technologische vooruitgang. Omdat we als strevende wezens lijken te denken dat we alle ongemakken kunnen en moeten oplossen, zijn we continu hard aan het werk en o ironie, dus nooit tevreden met ons leven. 

Leven in plaats van streven houdt niet in dat je achterover gaat leunen en niks meer wilt veranderen. Het betekent wel eerlijk en open zijn naar jezelf en met aandacht en integriteit omgaan met anderen. Het houdt in dat je erkent en aanvaart dat er ongemak is en dat er mensen zijn die anders leven en denken dan jij. Dat los je niet op met wegkijken, pillen slikken, nieuwe spullen kopen, of haat-reacties posten. Integendeel.

Het aanvaarden van de onvermijdelijke pijn en ongemakken in het leven biedt ruimte en geeft kalmte. Kalm te zijn, dat is al bijna gelukkig zijn (Gustave Flaubert). 

En dan is er nog een wezen dat ik steeds vaker zie: het zorgende wezen. 

Ik ben een zorgend wezen als het me lukt om te luisteren naar anderen met als doel ze te begrijpen en ze te zien zoals ze willen zijn en niet om van ze te winnen, of om iets aan ze te verkopen, of om mezelf er beter bij te voelen. Ik ben een zorgend wezen wanneer ik in mijn handelen rekening houd met de gevolgen voor andere mensen en met de wereld waarin we leven.

Hoe mooi zou het zijn wanneer zorgen voor jezelf, voor elkaar en voor de wereld normaal en gemakkelijker wordt. 

Het gaat niet om streven en om winnen, maar om leven in een wereld waarin iedereen echt vrij kan leven of zoals Martin Luther King het verwoordde: Je bent pas echt vrij, als iedereen vrij is. 

Share

Van winnaars en verliezers naar een breder perspectief.

Herken je dat? Dat je na een ruzie, of teleurstelling blijft nadenken over wie er gelijk had? Of dat je na een zoveelste mislukte poging om nu echt beter te eten, meer te bewegen, minder te drinken ervan overtuigd bent dat het je toch nooit gaat lukken? En misschien zelfs wel dat je jezelf dan een mislukkeling vindt?

Het lijkt soms wel alsof we de wereld (en dus ook onszelf) bekijken in termen van winnaars en verliezers, goed of fout, daders en slachtoffers.

Menselijk als we zijn, handelen we af en toe op een wijze die varieert van ‘niet zo handig’ tot ‘heel erg verkeerd’.  Maar dingen verkeerd en fout doen, is nog niet hetzelfde als een fout mens zijn. 

Wanneer je blijft vasthouden aan je kwaadheid, je teleurstelling, of je schuldgevoel dan slokt dat vaak al je aandacht op en het zijn ook niet bepaald emoties die je goed doen voelen. 

Het omgekeerde geldt ook: hoewel je erop kunt rekenen dat je fouten maakt, mag je er ook op vertrouwen dat je (heel veel) goeie dingen doet en mooie eigenschappen hebt én dat je echt je best doet. En dit geldt natuurlijk voor iedereen. 

Door jezelf (en anderen) te vergeven en in een ander of breder perspectief te zien, geef je de ruimte aan positievere emoties, aan leren van je ervaringen en aan nieuwe mogelijkheden. Dat voelt beter en het maakt zorgen voor jezelf en de ander gemakkelijker. 

Share

De drie werelden en gelukkig zijn

Ik kijk op vanaf mijn laptopscherm en werp een blik naar buiten. Ik zie een roodborstje eten van het vogelzaad, dat blijft zo prachtig blij-makend om naar te kijken. Vervolgens hoor ik een pling, een mailtje komt binnen met een leuke opdracht en bijna tegelijkertijd bedenk ik dat mijn agenda nu alweer te vol loopt, hoe ga ik dit regelen? 

In nog geen minuut heb ik mij begeven in de drie werelden en alle vormen van “geluk” daarin ervaren. 

Wereld 1: De wereld 30cm van je vandaan, netjes gekaderd en voorzien van bediening zodat jij kan kiezen wat en wie je wanneer wilt zien. Puur geluk op elk moment onder handbereik. In theorie dan. In de praktijk word je gestuurd door algoritmen die het door jouw bedachte gelijk bevestigen en die je de zeldzame toppen van schoonheid; rijkdom; geluk en gruwelijk geweld laten zien. Geen ontwikkeling, geen echte verrassingen, geen echt contact, geen ander referentiekader meer dan jouw bubbel.  Wel continue in verwachting van een lekker shotje geluksgevoel in de vorm van dopamine bij elke pling en post en like.

Wereld 2: De wereld binnenin je schedel, je hersenen, gemaakt om continue gedachtes te produceren waarmee je kan interpreteren afwegen overtuigen verzinnen verbeelden plannen herinneren leren en ontwikkelen. De wereld van je gedachtes kan de prachtigste en de droefste en de engste plek zijn die er is. 
Bij tijd en wijle lijkt het een wereld op zichzelf en eentje waaraan je overgeleverd bent, maar je bewust zijn van je gedachtes is de magische kracht en eerste stap op weg naar jezelf begrijpen. Zelfkennis geeft rust en vrijheid om onderscheid te maken in wat je belangrijk vindt en wat je aandacht wilt geven. Dit is misschien wel levenskunst voor gevorderden en gelukkig zijn veel grote denkers jou hierin voorgegaan. Het lezen van (filosofische) boeken helpt je je gedachten te begrijpen en vormen en zo overzicht en kalmte te brengen. En zoals Flaubert het zo mooi schreef: “Kalm te zijn, dat is al bijna gelukkig zijn”.  

Wereld 3: De wereld die je ziet als je naar buiten kijkt en de deur uitstapt de zon regen kou of hitte in. De wereld waarin je je verbonden kan voelen met je naasten, maar ook met je buurman of met zomaar iemand omdat die je zo vriendelijk begroet. De wereld waarin kunst, natuur en het zien van het goede in de mens(heid) je kan vervullen met een gevoel van verwondering en nieuwsgierigheid, of met het overweldigende ontzagwekkende gevoel van verbondenheid met alle mensen, met de hele aarde en met het oneindige universum. In het Engels wordt deze emotie Awe genoemd en volgens Dacher Keltner, professor in de psychologie aan de universiteit van Berkeley, is dit de belangrijkste emotie voor meer geluk. (onlangs verscheen van zijn hand een boek hierover: Awe: The New Science of Everyday Wonder and How It Can Transform Your Life.)

De les voor meer geluk in onze drie werelden? Wees je bewust van je gedachten, doe je schermen uit en omring jezelf met vrienden, alle soorten kunst en heel veel natuur.

Share

Het wonder van je kleine dagelijkse gewoontes

Regelmatig wens ik wonderen, ik wil dat er een snelle oplossing is voor mijn donkere humeur, mijn wankele conditie, mijn gebrek aan energie en het daaraan gekoppelde doorzettingsvermogen. Maar zo werkt het niet, het zijn de kleine dagelijkse dingen die je doet die je elke dag een beetje energie geven. Of kosten.

Een zorgvuldig opgebouwd systeem van bij jou passende (wellicht ogenschijnlijke futiele) gezonde gewoontes zorgt voor het wonder waar je op terug kan vallen tijdens die onvermijdelijke stressvolle vermoeiende stomme dagen.

De filosoof Nietzsche was een scherp observator van al het menselijk gedrag. In zijn boek Morgenrood staat het volgende aforisme: 

Langzame kuren

De chronische ziektes van de ziel ontstaan net als die van het lichaam slechts heel zelden door eenmalige grove vergrijpen tegen de rede van lichaam en ziel, maar gewoonlijk door talloze onopgemerkte kleine nalatigheden. – Wie bijvoorbeeld dag in dag uit in een bijna te verwaarlozen mate te zwak ademt en te weinig lucht in zijn long neemt, zodat die als geheel niet voldoende ingespannen en geoefend wordt, houdt er uiteindelijk een chronische longkwaal aan over: in zo’n geval kan genezing langs geen andere weg plaatshebben dan dat weer talloze kleine oefeningen in tegengestelde zin ondernomen en ongemerkt andere gewoonten aangeleerd worden, bijvoorbeeld wanneer men zich tot regel maakt elk kwartier van de dag eens krachtig en diep adem te halen (zo mogelijk plat op de grond liggend: een klok, die om het kwartier slaat, moet hierbij tot levensgezellin gekozen worden). Langzaam en pedant zijn al deze kuren; ook wie zijn ziel genezen wil, moet over de verandering van de kleinste gewoonten nadenken. Er zijn er die tienmaal daags een boosaardige kille opmerking maken tegen hun omgeving zonder zich daarbij veel voor te stellen, vooral niet dat zij na luttele jaren een wet van de gewoonte over zich hebben afgeroepen die hen voortaan dwingt tienmaal daags hun omgeving uit haar humeur te brengen. Maar zij kunnen er zich ook aan wennen haar tienmaal een genoegen te doen!-

Aforisme nr. 462, p. 298 uit Morgenrood, Friedrich Nietzsche

Share

Kleine stappen en wat minder consequent zijn, maakt gelukkiger en gezonder

“Als ik iets doe, dan doe ik het goed want anders kan ik het net zo goed niet doen” of “Ik moet consequent zijn in mijn gedrag en denken, anders ben ik niet geloofwaardig”.

Wat maakt dat ene glas water in plaats van cola nou uit? Of die vijf minuten buiten wandelen? Dat zet toch geen zoden aan de dijk, dan kan ik het dus net zo goed niet doen. 
Smoesjes en rationalisaties, we zijn er allemaal heel erg goed in, maar echt baten doet het niet. Terwijl die kleine beetjes wel degelijk uitmaken. Elk glas water dat je drinkt in plaats van cola is toch mooi meegenomen voor je gezondheid. En vijf minuten lopen naar de supermarkt, is wel even vijf minuten beweging die je anders niet had gekregen.  

Gedragswetenschapper B.J. Fogg weet dit al lang: kleine stappen zetten werkt een stuk beter dan grote doelen stellen. Je gaat eerder naar buiten wanneer je maar vijf minuten hoeft te lopen dan wanneer je vindt dat je in elk geval 10.000 stappen moet halen. Je mag natuurlijk altijd langer lopen als je daar zin in hebt, op een goede dag, of als de zon zo lekker schijnt, maar het hoeft niet. Met die vijf minuten mag je al tevreden zijn en dat goede gevoel motiveert je morgen weer te wandelen. Zie je het begin van een gezond patroon?

Een leuke aanvulling op de waarde van kleine stappen zetten, is het pleidooi voor inconsequentialisme van de Nederlandse filosoof Frank Meester. Hij schrijft terecht dat het leven een stuk makkelijker wordt wanneer we niet van onszelf eisen dat alles maar continue verantwoordbaar moet deugen. Een perfect kloppende wereld bestaat niet, nooit en nergens (zelfs niet in de wis- en natuurkunde) aldus Meesters.

Van jezelf een beetje inconsequent mogen zijn geeft lucht. Je kan gewoon je best blijven doen, in de wetenschap dat het niet perfect hoeft (want dat kan toch niet) en dat het morgen anders mag. 

En natuurlijk ook in de wetenschap dat alle kleine beetjes wel een beetje helpen en dat is toch altijd meer dan niets. 

Meer lezen? 

B.J. Fogg, Kleine Gewoontes
Frank Meesters, Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen, een pleidooi voor inconsequentie

Share

We snoepen en snauwen uit angst voor de vrijheid, hoe werkt dat?

Snoepen, drinken, te lang Netlix kijken, gamen of op Instagram ronddwalen, we doen het allemaal en zeker op minder blije dagen.
Dat we ons rotgevoel willen verlichten is logisch, de wijze waarop we dat doen is dat niet altijd. Waarom doen we het dan? 

Bij mezelf merk ik bijvoorbeeld dat ik op drukke dagen, of momenten van onzekerheid of irritatie en ook wanneer ik moe ben van alles en iedereen, dat ik dan mensen ga afsnauwen, mijn gelijk wil halen, of mijn hoofd wil uitzetten met stomme televisie of een paar glazen wijn en te laat naar bed ga. Gevolg? Ik baal van mezelf en wil mezelf nog meer vergeten. Zie je het patroon? Zucht. 

In zijn boek Angst voor de vrijheid noemt Erich Fromm dit vluchtgedrag masochistisch: we willen niet lijden, maar we pogen ons onzichtbaar te maken en ons eigen zelf even te vergeten omdat we ons regelmatig onbeduidend en eenzaam voelen in de grote wereld. Niet iedereen gaat de masochistische kant op trouwens, er zijn ook mensen die hun onbeduidendheid en eenzaamheid willen maskeren door zichzelf te overschreeuwen en anderen te manipuleren, die mensen hebben sadistische neigingen. Grote termen voor herkenbaar gedrag. 

Hoe heeft dit met vrijheid te maken? We zijn, aldus de existentialist Sartre, in het leven geworpen zonder dat we erom gevraagd hebben en zonder gebruiksaanwijzing of vooropgezet plan. We mogen het helemaal zelf bedenken, we zijn vrij om onszelf vorm te geven. Dat is nogal wat, jezelf moeten vormgeven……. Die zogenaamd fijne vrijheid die we hebben om dat te doen kost energie, vraagt om zorgvuldig nadenken, keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen. 

Ik weet dat ik me beter voel wanneer ik goed voor mezelf zorg en aardig probeer te zijn voor de mensen om mij heen. Hoe moeilijker het leven is (en dat is het gewoon af en toe) hoe moeilijker ik het vind om dat te doen, het voelt dan bijna onmogelijk en erg oneerlijk dat ik zorgvuldig met mezelf en anderen om moet gaan terwijl het tegelijkertijd lijkt alsof niemand dat nog doet. 

Alleen voel ik me niet beter en ook niet vrij of in controle als ik te veel eet, drink of mijn frustraties afreageer op andersdenkenden, het voelt eigenlijk als slaaf worden van mijn eigen lusten en lasten. En dat wil ik ook niet en daar kan ik wel wat aan doen. Of in elk geval elke dag mijn best voor doen. 

Share

Gelukkig leven is een gok, geen zekerheid.

Ik zou het liefst elke dag blij en gelukkig wakker worden, zonder angsten, zonder onzekerheid en precies wetend wat ik wil gaan doen met de dag (en bij gevolg dus met mijn leven) om aan het eind ervan tevreden te zijn. Volgens mij sta ik in dat verlangen niet alleen. 

Als het afgelopen jaar iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel dat we niks volledig zelf in de hand kunnen hebben en dat ziekte en dood onvermijdelijk zijn. 

Blaise Pascal, een wiskundige en filosoof uit de 17e eeuw, noemde dit de paradox van het mens-zijn: we kunnen ons de meest prachtige dingen in het leven voorstellen en tegelijkertijd maar van één ding zeker zijn: pijn en dood overkomt ons allemaal. Volgens hem was het beste wat je kon doen je kansen berekenen, welke dingen in het leven moet je doen om een zo groot mogelijke kans te hebben op een gelukkig leven? 

Zijn beroemdste kansberekening had als uitkomst dat in God geloven de beste optie was. Immers als je niet in God gelooft dan heb je twee mogelijke uitkomsten: je gaat dood en er is niks, of je gaat dood en je komt in de hel. Wanneer je wel in God gelooft dan heb je ook twee uitkomsten: je gaat dood en er is niks, of je gaat dood en je komt in de hemel. 

Maar goed, ook gelukkig zijn in je (dagelijkse) leven is dus eigenlijk een kwestie van kansberekening. Het enige wat je kan doen is bedenken wat je blij maakt en wat je zinvol vindt en die dingen ook gaan doen. Het blijft een gok, maar geeft je wel de grootste kansen. 

Share

Mens of middel, wat maakt dat je gelukkig kan zijn?

We leven in een wereld waarin alles draait om sneller, beter en winstgevender worden. Nieuwe technologieën worden omarmd en communicatie is vooral een middel om nog meer te bereiken op een nog efficiëntere wijze. We zijn verworden tot klant en verkoper. 
De filosoof Jürgen Habermas noemt dit de systeemwereld en zegt dat het de leefwereld heeft overgenomen. De leefwereld is waar wij elkaar echt ontmoeten (in de “publieke sfeer”) en echt met elkaar praten met als doel elkaar te begrijpen en zo meer een wereld te maken waarin iedereen gehoord wordt. 

In de systeemwereld ben jij net als de communicatie een middel en is de winst het doel. 

De beperkingen van de systeemwereld worden steeds duidelijker. Altijd, 24 uur per dag, elke dag beter, sneller en meer moeten produceren legt een grote druk op iedereen. Altijd maar bereikbaar moeten zijn zorgt voor stress. De onvermijdelijke en verslavende Social Media zorgt ervoor dat we veel minder tijd besteden aan dat wat we echt waardevol vinden en dat we steeds minder echte gesprekken voeren. De ideaalbeelden die continue op ons worden afgevuurd maken ons onzeker en ontevreden. 

Wanneer jij niet gelukkig, succesvol, gezond en mooi bent, dan heb je iets niet goed gedaan, dat lijkt de overheersende boodschap van de systeemwereld. En dat klopt natuurlijk niet, maar het houdt het systeem wel mooi op gang, want je gaat nog harder je best doen om (nog) meer te bereiken. 

Steeds meer onderzoeken tonen aan wat iedereen allang een keertje heeft ervaren: deze wereld legt te veel nadruk op succes en je eigen verantwoordelijkheid daarvoor. Terwijl een gezond en gelukkig leven niet enkel een optelsom is van de juiste dingen doen, maar ook afhankelijk van de sociale omgeving waarin jij opgegroeid bent en de verwachtingen die de maatschappij aan ons stelt. 
In de leefwereld mag je fouten maken en ook slechte dagen hebben, mag je vrije tijd hebben, af en toe onbereikbaar zijn en mag je tevreden zijn met wat je hebt en kan. En in de leefwereld heb je elke dag mensen om je heen met wie je echte gesprekken kan voeren en die willen weten wie jij bent en wat jij vindt zonder dat ze jou iets willen ‘verkopen’ en zonder dat jij de verkoper moet zijn. 

In de leefwereld ben je in de eerste plaats mens.

Share

Is er een voordeel aan ongewenste verstoringen?

Een kapotte auto, een conflict, een ontslag, een ziekte, een pandemie: allemaal verstoringen die ons doen beseffen dat de samenhang in ons leven arbitrair is. Ze is ontstaan door dagelijks gelijke handelingen in specifieke context en verworden tot rustgevende routines. 

Totdat er een verstoring komt. De context verandert, de samenhang verdwijnt en plotseling is je dagelijkse leven volledig ontregeld. 

Een gedwongen verandering zorgt ervoor dat we ons dagelijkse leven ineens kunnen (moeten) zien als een opeenstapeling van losse onderdelen (gedrag; gewoontes; relaties; omgeving) in plaats van de zogenaamde en eigenlijk contingente samenhang. Het voordeel van losse bouwstenen is dat je ze gemakkelijker kan bewerken tot nieuwe ingrediënten die beter passen bij het leven dat je nu wilt.

Maak, indien nodig, gebruik van het moment van verstoring en neem even de tijd om bewust en kritisch naar de stapel losse onderdelen in je dagelijkse leven te kijken. Geef ze opnieuw betekenis, creëer je eigen gewenste volgorde en samenhang en gooi weg wat z’n waarde welbeschouwd al verloren had. 

Share

Doe alsof om te ervaren hoe je kan zijn

Wat doe jij elke dag? Dit was de vraag die de Chinese filosoof Confucius zo’n 2500 jaar geleden stelde aan zijn leerlingen, dit deed hij omdat hij ervan uitging dat we gevormd worden door de handelingen die we zo ‘gewoon’ zijn om te doen en de overtuigingen die we daaraan koppelen. 

Wil je graag aardiger, gezonder, vrolijker, meer ontspannen, of meer gefocust zijn, maar heb je die wens al opgegeven, omdat je bedacht hebt dat dit nu eenmaal niet in je zit? Dan is het misschien leuk om te weten dat je volgens Confucius alleen maar hoeft te doen alsof om te ervaren hoe je ook kan zijn. 

“Ik ben een nachtmens” was jarenlang een overtuiging die ik had. Ik hield van het uitgaan tot diep in de nacht, dan waren de interessantste dingen te beleven en ik vond ouder worden oprecht moeilijk omdat ik volwassen mensen met een normaal dagritme maar saai vond, ik sliep nooit voor één uur ’s nachts. 

Maar ook ik werd ouder en het werk wat ik wilde gaan doen, kon alleen maar overdag en dus ging ik doen alsof ik van de ochtenden hield en verzon een heel ochtendritueel waar ik blij van werd. Tegenwoordig voel ik mij meer een ochtendmens, ik sta vroeg op om in de eerste uren tijd te hebben voor de dingen die ik nu graag doe en waar ik anders moeilijk aan toe kom door mijn volwassen werk (rustig wakker worden, yoga, filosofie lezen). 
Door elke dag mijn wekker te zetten voor iets waar ik blij van word, lukt het me eigenlijk ook prima om vroeg naar bed te gaan en lijk ik zelfs steeds makkelijker te slapen (ik ben een slechte slaper, is ook een overtuiging die ik al voor een groot deel los heb durven laten). 

Wanneer je gelooft dat je karaktertrekken en vastgeroeste gewoontes kan veranderen door bewust te doen alsof, dan kan je ervaren hoe het is om een ander karakter te hebben en andere gewoontes. Misschien bevalt dat je dan wel zo goed, dat je een tijdje alsof blijft doen, totdat het bij je hoort en je opnieuw bent geworden wie je wilt zijn.  

Share