Tegen de zoektocht naar zekerheid.

Ik wil overal een antwoord op en lekker heldere conclusies kunnen trekken in de hoop dat het me kennis, rust en zelfvertrouwen geeft. Mijn ochtendfilosofen denken hier anders over.

  • Afgaan op het feit houdt per definitie in: afgaan op het begrensde. (Sartre)

Dat is niet wat ik wil, me achter grenzen verschuilen. Want dat doe ik met grenzen. Tot hier en niet verder gaat het dan in mijn hoofd en ik wil juist verder durven gaan, voorbij de grens van de angst van mijn denken.

  • Een vijand en de vlucht voor de vijand, daar begint alles mee. Als iemand blijft stilstaan en naar de principes zoekt, is dat een nieuw, een tweede begin. (Safranski).

Me afvragen waar de oorzaak van mijn angst en begrenzingen vandaan komen, is dat het opzoeken van ellendige gevoelens of het openlaten van mogelijkheden?

  • Er is niets geschapen dat altijd een zegen is (Mandeville)

En:

  • Die zucht om conclusies te willen trekken is een van de meest funeste en sterielste hebbelijkheden waarover de mensheid beschikt. (Flaubert)

Hoe omzeil ik dan mijn voorkeur voor veilige begrenzingen -oftewel zekerheden- zonder een cynisch, angstig of anderszins neurotisch mens te worden?

  • Het uitstellen van oordelen is een kwestie van oneindige hoop. (Scott Fitzgerald).

O ja, hoop. Naast alle oorlogen, hongersnood, ziekten, uiterlijke en innerlijke wreedheden, zat er ook hoop in de doos van Pandora. Hoop, de soms wrede noodzakelijkheid naast de altijd schijnbare zekerheid.

Share

Het kwaad zit alleen op de wereld

Iedereen kent zichzelf goede bedoelingen toe, het zijn de anderen die kwaad in de zin hebben. Maar de ander is ook iedereen en wie heeft er dan gelijk?

Volgens Socrates is slecht handelen een kwestie van gebrekkige kennis over wat goed is voor jezelf, of voor de wereld. Plato zegt dat op zoek gaan naar het ware inhoudt dat je op zoek gaat naar wat van jou een beter mens gaat maken. En het was Augustinus die zei dat de mens ook in staat is tot gruwelijkheden met gebruikmaking van zijn volle verstand en uit vrije wil.

Hoe dan ook, er wordt in elk geval altijd gevochten voor eigen belang. Of dat nou vanuit overtuiging is dat je het goede doet, of omdat je kwaad doet om het kwaad doen.

En hoewel kwaad bijna altijd naar buiten gericht is, vindt het zijn oorsprong in een naar binnen gekeerde, egoïstische, bang voor verandering en daardoor vasthoudende ik. Het kwaad is immanent, het beschermt het zelf. Het kwaad zit in die zin alleen op de wereld.

De ervaring dat onze gedachten en gevoelens los staan van alle anderen noemt Einstein een optische illusie die ons gevangenhoudt en ons beperkt tot persoonlijke verlangens en een beperkte hoeveelheid liefde voor anderen. We moeten ons van dit egocentrisme bevrijden omdat het leidt tot vernietiging van de natuur, vijandschap en rottige gevoelens.

Share

Taal bepaalt je emotie

Ik kan het niet uitleggen, het voelt gewoon goed (of verkeerd)…

Volgens Nietzsche hebben we te weinig (geen) woorden om alle milde vormen van onze gevoelens te kunnen beschrijven die tezamen onze persoonlijkheid vormen. We merken alleen de heftigere emoties op -waar we wel taal voor hebben- en om die reden hebben we een verkeerd beeld van onszelf.

In een TED-talk  over emoties, legt Lisa Feldman Barret uit dat we verschillende emoties alleen herkennen wanneer we er woorden voor hebben en dat dit per land verschillen in gevoelens oplevert. Zo kent het Russisch bijvoorbeeld een woord voor het gevoel van een verlangen met niks om naar te verlangen: Toska. Of wat dacht je van het Japanse woord Amae dat het plezierige gevoel omschrijft wanneer je tijdelijk je verantwoordelijkheid over je leven (zorgeloos) kan overdragen aan iemand anders. Je herkent het wellicht uit je kindertijd.

En soms raak je overweldigd door je emoties waardoor je niet kan handelen, of juist te heftig reageert, dan helpt het om je metabewustzijn in te schakelen en na te denken over wat je voelt. Of zoals de filosoof Sam Harris het schreef: “Als ik me bewust ben van mijn angst, ben ik niet bang”.

Share

Leer je te beheersen, voordat je je hart mag volgen.

In de warme augustuszon, in mijn blauwfluwelen leunstoel en met een zonnebril op sterkte, lees ik Mensen spreken niet om begrepen te worden van Bernard Mandeville. (“Natuurlijk willen we wel dat de bedoeling overkomt van de woorden die we uitspreken: we willen verstaan worden. Maar tegelijkertijd willen we niet zodanig begrepen worden dat anderen doorzien wat onze échte gedachten en gevoelens zijn”)

Ik lees: “Alle mensen zonder onderricht zullen zolang zij alleen worden gelaten, de impuls van hun natuur volgen zonder met anderen rekening te houden, en daardoor zijn allen slecht die niet hebben geleerd goed te zijn (p. 258).

Dus alle mensen moeten leren goed te zijn…. En goed zijn betekent onze natuurlijke driften beteugelen…. Ach ja, daar kan ik wel wat waarheid in zien, maar, peins ik verder, hoe zit het dan met al die vaders, moeders en soortgelijke goedbedoelenden die tegen je zeggen dat je altijd je hart moet volgen en toch echt zelf mag bepalen wat je wilt met je leven?

Zit daar niet een kleine tegenstelling in? Is het mogelijk dat we pas als we beschaafd genoeg zijn, te horen krijgen dat we ons (beteugelde) hart mogen volgen?

Ik weet niet zo goed wat ik daarvan vind.

Share

Antinomie: ik heb het druk en ik heb stress en ik heb het druk en ik geniet.

In tijden van stress en drukte, en dat is ook bij mij vaker wel dan niet het geval, lees ik filosofie. Dat doe ik ook in rustige tijden, maar in tijden van stress gaat het wat langzamer. Met woordenboek erbij haal ik regelmatig een gemiddelde van twee bladzijden per half uur (afhankelijk van de filosoof en mijn aandacht). Meer tijd vind ik dan niet voor mezelf. Onterecht natuurlijk, maar je kan niet alles hebben.
Nog vervelender dan tijdgebrek, ervaar ik mijn geheugengebrek in tijden van stress. De gelezen filosofische bespiegelingen begrijp ik nog de ene dag, maar ben ik de dag erna vergeten.

Nu heb ik ooit onthouden, dat je meer in je brein kan vastleggen als je het verbindt met datgene wat je al kent en weet.
De afgelopen week las ik over antinomieën: tegenstrijdigheden die geen paradox zijn omdat zowel de these als de antithese waar zijn. Kant heeft er ooit vier beschreven en ik ga ze hieronder, in een poging ze te onthouden, koppelen aan mijn alledaagse beleving. (De beschrijvingen van de antinomieën komen van Wikipedia, misschien niet altijd de meest wetenschappelijk verantwoorde bron, maar fijn dat het bestaat).

These – ergens in de reeks oorzaken van de wereld (universum) moet er een noodzakelijk wezen zijn
Antithese – er is niets noodzakelijks in deze reeks, alles is toeval
In mijn leven: Ik plan mijn dag, maak afspraken en heb doelen waar ik naar toe werk, dat is zo sinds ik voor dit werk heb gekozen. Maar ook: ondanks al mijn doelmatigheid, loopt alles in mijn dag en week en leven toch altijd (net even) anders dan gepland.

These – er bestaan in deze wereld (universum) oorzaken die uit (keuze)vrijheid voortspruiten
Antithese – vrijheid bestaat niet, alles bestaat uit natuur(wetten)
In mijn leven: Ik bepaal zelf wat ik doe, ik heb de vrijheid om te kiezen hoe laat ik (ongeveer) opsta, wat ik ga eten, hoe ik mijn dag indeel. Maar ook: ik moet eten, drinken, slapen om te overleven. Als ik wil fietsen, moet ik mijn benen op een bepaalde manier bewegen anders komen mijn fiets en ik niet vooruit. Etc etc.

These – alles in de wereld (universum) bestaat uit enkelvoudige substanties
Antithese – er bestaat niets enkelvoudigs, alles is samengesteld
In mijn leven: Alle losse dingen in mijn huis maken samen mijn inrichting, alle losse huizen naast elkaar maken samen mijn straat, alle straten maken mijn stad, alle steden het land, alle landen de wereld. Hetzelfde geldt voor mensen: we zijn allemaal individuen, maar niets menselijks is ons vreemd en zonder elkaar zouden we niet kunnen overleven en zonder contact en verbinding zou het leven lang zo leuk en interessant niet zijn.

These – de wereld (universum) heeft in de tijd en in de ruimte een begin en een eind
Antithese – de wereld is wat tijd en ruimte betreft onbegrensd.
In mijn leven: elke dag heeft 24 uur en je kan maar zoveel doen in die tijd. Maar ook: na elke dag volgt een nieuwe dag met nieuwe kansen en meer van hetzelfde. Dat gaat eindeloos door, met of zonder jou.

En nog een (soort van) antinomie:
These: De drukte en veelheid in mijn leven geven stress en vermoeidheid.
Antithese: Ik geniet van alles wat ik doe, zie, meemaak en leer op mijn meer dan goedgevulde dagen.

Antinomieën zijn cool!

Share

Verschillende zienswijzen voor de moeilijkheden in het leven.

Neem de situatie voor ogen die op dit moment ingewikkeld is voor je en lees één-voor-één de onderstaande zinnen hardop aan jezelf voor. Welke klopt er voor jou op dit moment?

  • Wanneer men begint te denken, begint men zichzelf te ondermijnen. (Albert Camus)
  • Wie werkelijk invloed wil hebben, die moet zich helemaal niet om het verkeerde bekommeren, die moet alleen maar het goede doen. Want het gaat er niet om iets af te breken, maar om iets op te bouwen waar de mensheid louter vreugde aan beleeft. (Goethe)
  • Het heeft geen zin het te loochenen. Je vindt altijd beursjes gif naast je nobelste gevoelens, dus laten we niet het onmogelijke willen. (Saul Bellow)
  • Afgaan op het feit houdt per definitie in: afgaan op het begrensde. (Sartre)
  • Niet lachen, niet jammeren of vervloeken, maar begrijpen. (Spinoza)
Share

Je doet al wat je wilt doen

De zomerweken geven mij tijd om te lezen en te beschouwen. Doe ik nog wel wat ik leuk vind? Bevind ik me nog op het juiste pad, of moet ik een totaal andere weg inslaan? Moet ik meer doen, of juist even een pas op de plaats maken? Vragen die gedurende de lege dagen voorbij komen en aandacht vragen.
Tijdens de afgelopen boeken en overpeinzingen kwam ik eigenlijk steeds weer bij het volgende uit: “Je doet al wat je wilt doen.” Hieronder een aantal citaten die deze regel onderschrijven:

  • Als het gaat om je werk:

Enthousiasme is belangrijker om iets te leren beheersen dan aangeboren talent, is gebleken, omdat het belangrijkste element om iets te leren je bereidheid om te oefenen is. Daarom, aldus carrièredeskundigen, kun je beter een carrière nastreven die je gemakkelijk afgaat en die je leuk vindt, omdat je dan ook enthousiaster zult oefenen en daardoor een voordeel op de concurrentie zult hebben. (Gretchen Rubin, Het Happiness Project)

Het kan als een anticlimax klinken, maar mijn ervaring is dat wat je nu doet op professioneel gebied, waarschijnlijk goed bij je past. Waarom? Omdat er aan je werkzaamheden en taken van vandaag duizenden grote en kleine beslissingen vooraf zijn gegaan, besluiten die allemaal impact hebben gehad op je loopbaan en je leven. Je bent steeds weer een bepaalde richting uit gegaan, uit instinct, door persoonlijkheid of door je capaciteiten op een bepaald vlak. Of je bent allerlei richtingen uit gegaan, wat ondanks de kronkels evengoed een pad te noemen is. (Linda van den Driessche, Kracht voor tien)

  • Als het gaat om vrije tijd en jezelf leren kennen (en de reden waarom doen onderstreept staat in de regel):

Uit de resultaten bleek dat de meeste mensen veel meer tijd besteden aan passieve dan aan actieve vrijetijdsbesteding, terwijl ze actieve vrijetijdsbesteding veel leuker vinden. (…) Mensen die ’s avonds terugkijken op hun dag voelen zich gelukkiger naarmate ze die dag meer hebben ingespannen. (Ap Dijksterhuis, Op naar geluk, de psychologie van een fijn leven).

Hoe kun je jezelf leren kennen? Nooit door beschouwelijkheid, maar wel door te handelen. (Goethe) (….) Niet introspectie is de sleutel tot zelfkennis, maar het goed bekijken van ons eigen gedrag. Kort gezegd: het is beter om doelen te stellen en dingen te gaan doen, en al doende te leren waar je de meeste voldoening uit haalt. (Ap Dijksterhuis, Op naar geluk, de psychologie van een fijn leven).

Lezen, schrijven, coachen, trainen, lesgeven en nieuwe dingen leren zijn de dagelijkse dingen die ik doe en die ik leuk vind. Gelukkig maar. Op naar een nieuw jaar!

Share

Zelfvertrouwen en voorzichtigheid horen bij elkaar (aldus Epictetus)

Sommige dingen in het leven heb je in de hand en andere dingen – het meeste eigenlijk – niet.
Wanneer jij iemand bent die ernaar streeft alles om je heen onder controle te houden, dan ben je vast vaak moe en ontevreden. Je streeft namelijk iets na wat niet binnen je macht ligt en je verzuimt wellicht na te streven wat daar wel binnen valt

Volgens Epictetus (een stoïcijnse filosoof) ligt de sleutel naar vrijheid en een rustig gemoed in weten waar je naar moet streven en wat je moet vermijden.

Je moet je zoveel mogelijk bezighouden met die dingen waar je ook daadwerkelijk invloed op hebt: je geest, je opvattingen en je gedrag. Omdat invloed een krachtig iets is, wil je er voorzichtig en weloverwogen mee om gaan. Denk daarom regelmatig en zorgvuldig na over je opvattingen, over wat voor soort mens je wilt zijn en streef tevens het gedrag na dat bij jouw zienswijze past.

Vermijd echter het nadenken, piekeren, boos worden, verdrietig worden, of bang zijn om die dingen waar je geen invloed op hebt: wat andere mensen (over jou) zeggen en wat andere mensen doen. Treed datgene waar je geen invloed op hebt met zelfvertrouwen tegemoet: jouw angst, woede, verdriet of irritatie maakt wat er toch wel gebeurt alleen maar ingewikkelder om mee om te gaan.

Zelfvertrouwen maakt dat je onder elke omstandigheid de mens kan blijven die jij wilt zijn. Daar heb je immers zorgvuldig over nagedacht en dat kan je onder alle omstandigheden blijven nastreven.

Nee, in de praktijk is dit zeker geen gemakkelijk streven en vermijden. Maar in theorie is het zo gek nog niet. Stel nou dat je je alleen nog druk zou maken om datgene waar je ook daadwerkelijk wat aan kan doen? Wat een vrijheid.

Meer lezen?

Epictetus, Over Vrijheid, vrij is degene die leeft zoals hij wil. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2014.

Share

Een beetje rommel in je huis en hoofd maakt gelukkig

Ik doe de laatste tijd (halfslachtige) pogingen om mijn huis op te ruimen volgens het Marie Kondo principe: alles wat je niet blij maakt, gooi je weg.
Dat vind ik dus best moeilijk. Niet in de laatste plaats omdat ik veel waarde hecht aan sommige dingen juist vanwege hun niet-blij-makende eigenschappen, zoals veel van de kunst in mijn huis. Ik hou wel van de droefenis, de weemoed en de scherpe kantjes van het leven.
Desalniettemin ruimt en vrolijkt het lekker op in mijn huis en dat zet me aan het denken: kan ik het zelfde principe ook toepassen op mijn hoofd? Alle gedachtes die mij niet blij maken, die doe ik weg.
Dat vind ik dus nog moeilijker. Niet in de laatste plaats omdat mijn gedachten blijkbaar heel wat gemotiveerder zijn om te blijven dan een stapel tijdschriften, of een oude trui. Maar behalve dat het weggooien van ongelukkige gedachten gemakkelijker gezegd is dan gedaan, vraag ik me ook af of het wel helpt. Word je met enkel vrolijke gedachtes een gelukkig mens? Ik denk het niet.

Het leven is rommelig en dat is maar mooi ook. Rommeligheid biedt perspectieven, je kan er meerdere kanten mee op want er is altijd wel wat voorhanden om mee aan de slag te gaan. Soms raak je in de rommel wat kwijt en dat is ook helemaal niet erg, want zo je leer je of het verlorene van waarde is of niet. En mocht je het na verloop van tijd weer hervinden of herdenken, dan is dat altijd met een andere blik en zo ontdek je nog weer andere kanten van jezelf en het hervonden voorwerp.

Geef mij dus maar een beetje rommel en wat overbodigheid in mijn huis en hoofd, ik word daar wel gelukkig van.

Share

In tijden van verwarring moet je niet willen denken.

Ik heb zo nu en dan van die dagen dat ik maar blijf malen. Gewoonlijk ervaar ik denken als iets prettigs, maar soms vind ik in plaats van helderheid en rust, enkel een steeds dieper wordende twijfel en stel ik mezelf vragen die nooit een stabiel antwoord kunnen krijgen.

Volgens Arnold Gehlen (Duitse filosoof en socioloog 1904-1976 ) is dit waarom de mens instituties heeft uitgevonden. De markt, het kantoor, de school, de kerk. Door te handelen binnen vastgelegde kaders, kunnen we de zware vragen vermijden. Juist omdat de innerlijke mens geen begrensd geheel is, maar we onszelf immer anders definiëren, zijn de terugkerende verplichtingen zo rustgevend.

Dit is waarom je in tijden van verwarring niet moet denken, maar moet doen. Gewoon je taken van de dag netjes afhandelen zodat je ’s avonds tenminste met een (licht) tevreden gevoel naar bed kan gaan.

Share