Kalm te zijn, dat is bijna gelukkig zijn.

Ik ben rustiger, blijer en heb meer ruimte in mijn hoofd, sinds ik mijn doen en laten goed genoeg vind. Onder het motto: als (ik) het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals (ik) het kan.

Want werd ik echt gelukkig van continue streven naar meer en beter en mooier? Het resultaat was vooral stress, onzekerheid en een moe gevoel dat zich door mijn lijf en hoofd verspreidde als een eeuwig lekkende kraan.

Flaubert beschreef het in een van zijn brieven als volgt: “De waarheid is overal. Laten we alles begrijpen en niets afkeuren, dat is de manier om veel te weten te komen en kalm te zijn, en dat is al heel wat, kalm zijn, dat is bijna gelukkig zijn.”

En zo is het. Het leven goed genoeg vinden, is niet hetzelfde als niks meer hoeven doen, het biedt je juist mogelijkheden om jezelf en de wereld te zien zoals deze is, met goedbedoelde onvolmaaktheden en al. Vanuit die kalme kennis van jezelf en de wereld om je heen, kan je rustig verder gaan op het pad van goed genoeg zijn en daarin steeds beter worden.

Share

Ik ben mooi zoals ik ben…?

Maar andere vrouwen vind ik altijd mooier, want als ik in de spiegel kijk, zie ik vooral wat er niet goed is aan mij. Wanneer ik dan ook nog eens niet in mijn broek kom, of een pukkel ontwaar op mijn gezicht, dan weet ik zeker dat ik er voor de hele wereld raar en lelijk uit zie. Gevolg: ik ben de hele dag neurotisch bezig met mijn zelfbedachte lelijkheid. Gevolg daarvan: alles gaat aan mij voorbij, behalve mijn treurige gemoedstoestand. Niet handig en al helemaal niet leuk.

Een dag later kom ik wel in die broek, is de pukkel weg en heb ik toevallig een goeie haardag. Die dag stap ik vol zelfvertrouwen in mijn mooiheid de deur uit en begeef mij onbevreesd onder de mensen.

Andere mensen hebben dit ook, dat weet ik zeker, ik heb het ze zelf gevraagd. Maar ik zie nooit wat raars of lelijks aan die andere mensen om mij heen. Echt niet. Althans niet zodanig dat het mijn hele gedachtepatroon een dag lang kan bezighouden; die obsessie bewaar ik blijkbaar alleen voor mijn eigen gefantaseerde lelijkheid.

Feitelijk is het niet mogelijk dat jij en ik zomaar en ineens een ander uiterlijk hebben. Ons zelfbeeld doet echter niet moeilijk over een imaginair make-overtje meer of minder.

Ons zelfbeeld is precies wat het woord al aangeeft: een beeld dat wij eigenhandig vormgeven. Al naar gelang ons humeur, omgeving en andere raadselachtige factoren, krijgt het beeld dat we van onszelf gemaakt hebben een dikke voldoende, of het geeft ons zo’n rotgevoel dat we de deur niet meer uit willen. Objectief is het dus niet, maar een grote invloed heeft het duidelijk wel. Hoe dat komt heeft te maken met de woorden die wij gebruiken om onszelf te beschrijven (hardop, maar ook in onze gedachten).

Korzybski, een Pools-Amerikaanse semanticus verwoordde het in 1933 als volgt: “Ons lijden komt voort uit het feit dat we onze talige weergave van de werkelijkheid verwarren met de werkelijkheid zelf”. Ik en jij hebben dus meer last van de woorden die we gebruiken om iets (ons spiegelbeeld bijvoorbeeld) te beschrijven, dan dat we daadwerkelijk last hebben van dat iets.

Stel je bijvoorbeeld eens voor dat je iets vervelends meemaakt, dan kan je reageren door te denken dat het afschuwelijk is en je echt niet weet hoe je hier nu weer overheen moet komen, of, je kan denken dat vervelende dingen nou eenmaal gebeuren, dat ze voorbij gaan en dat je dat prima aankan. Andere gedachten (woorden), ander gevoel, ander effect op de werkelijkheid.

En dat gaat dus ook op voor de wijze waarop we ons eigen spiegelbeeld aanschouwen; je bent mooi zoals je jezelf ziet!

Share

Poëzie voor de moeilijke momenten

Ik zou graag huppelend door het leven dansen; alleen maar dingen doen die ik leuk vind en niks doen wat me niet aanstaat. Heerlijk lijkt me dat, maar met alles wat er van me verwacht wordt en met alles wat ‘moet’, voelt het huppelen soms behoorlijk onmogelijk en voel ik me alleen maar moe en geleefd.
Hoe te overleven in de wereld vol verwachtingen en verplichtingen? Annie M.G. Schmidt had daar het volgende over te zeggen.

Ik wil niet meer, ik wil niet meer,
Ik wil geen handjes geven.
Ik wil niet zeggen elke keer: jawel mevrouw, jawel meneer,
nee nooit meer in mijn leven.
Ik doe mijn handen op mijn rug en ik zeg lekker niks terug.

Tja, als kind kan je nog ongestraft lekker niet meedoen. Later als je groot bent, zijn er omstandigheden en andere mensen waar je rekening mee moet houden. Of zoals Elsschot het ooit zo mooi noteerde:

(….) Tussen droom en daad
staan wetten in de weg
en praktische bezwaren
En ook weemoedigheid
die des avonds komt
en die niemand kan verklaren. (..)

En alsof rekening houden met anderen nog niet zwaar genoeg is, zijn er die momenten dat je maar blijft piekeren over alles. In zo’n geval steun ik op de regels van J.C. Bloem:

Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood
En het leven vlied gelijk het vloot
En elk zijn is tot niet zijn geschapen. (…)

Of wat hoopvoller gezegd; alles gaat voorbij, dus ook deze rotdag en dit rotgevoel. Echt.

Share