Het antwoord op de vraag wie ben ik: Volledige verwoording is onmogelijk

Omdat ik op deze donkere dagen nog meer dan anders geneigd ben tot het overdenken van het leven in het algemeen en mijn eigen leven in het bijzonder, lees ik nu Bronnen van het zelf van Charles Taylor (de filosoof, niet de dictator). 

Taylor schrijft dat wie je bent -en was en wilt worden- zich altijd verhoudt tot de mensen om je heen, tot de tijd waarin je leeft en tot jouw antwoorden op de grote (morele) vragen. 

Wat verderop in het boek schrijft Taylor dat we taal nodig hebben om onszelf te begrijpen en te kunnen ontwikkelen. We hebben taal bovendien nodig om te communiceren met andere mensen en om zo onze verhouding tot die ander te bepalen. Taal is zodoende een wezenlijk aspect van onze identiteit. 

Helaas spreekt niemand helemaal precies dezelfde taal en is het onmogelijk om de juiste woorden te vinden waarmee je jezelf kan definiëren. Jij verandert, de wereld verandert, de ander verandert en taal verandert. 

Taal is noodzakelijk om jezelf en de ander te begrijpen, maar “Volledige verwoording is onmogelijk” aldus Charles Taylor. Wat ik dan stiekem wel prachtig verwoord vind.

Voor wie het leuk vindt om een uitgebreidere versie van deze blog te lezen, dat kan op mijn andere – nieuwe- website: www.zachterwerken.nl

Share

Over de vraag: wie ben ik?

De vraag ‘wie ben ik’ is er eentje die iedereen zichzelf wel eens stelt. We willen ook allemaal ‘worden wie we zijn’, maar wat betekent dat? Hoe doe je dat? Ben je niet al gewoon wie je bent door er te zijn? De vraag ‘wie ben ik’ dringt zich volgens mij alleen maar op omdat we ergens de noodzaak voelen om onszelf te kunnen beschrijven en te verklaren. En die noodzaak is er alleen maar omdat er andere mensen zijn die ons willen snappen en aan wie wij onszelf (op ons best) willen laten zien.

De filosoof en schrijver Jean Jacques Rousseau (1712-1778) heeft zichzelf ooit als volgt beschreven: “Niets lijkt zo weinig op mijzelf als ik zelf, daarom zou het nutteloos zijn mij anders te willen definiëren dan door die unieke diversiteit [..]. De ene keer ben ik een gevoelloze wrede misantroop, dan weer raak ik in vervoering door alle maatschappelijke prikkels en door de gelukzaligheden van de liefde […]. Met één woord, een proteus, een kameleon [..].

Wat is de reden dat we onszelf en de ander dan zo graag standvastig zien? Heeft dat te maken met het feit dat we alleen kunnen controleren wat constant is en geen grip hebben op dat wat verandert? Een gevoel van controle is immers fijn, het geeft rust, de wereld werkt zoals jij graag wilt dat die werkt. Maar even eerlijk: hoe vaak werkt de wereld nou precies zoals jij wilt?

Stel nou dat je de proteus in jezelf accepteert en daarmee dus ook open staat voor de veranderlijkheid van jezelf en van de mensen om je heen. Zou je dan niet juist veel meer rust (controle zelfs) ervaren, dan wanneer je vastbesloten blijft vechten om dat ene deel van jezelf te vertegenwoordigen? Of wanneer je blijft zoeken naar het definitieve antwoord op de vraag “Wie ben ik?”.

Share